donderdag, augustus 18, 2005

Rampscenario

Zaterdagavond, 22:30 uur, in een kleine stad. Het is reeds donker en het begint druilerig te regenen terwijl ik een eindje door de stadsrand richting mijn wagen wandel. Af en toe schemert er een oranje lichtstraal van een straatlamp door het gebladerte van dikke, grote bomen.

Het is stil. Ik hoor enkel mijn eigen voetstappen. Of hoorde ik daar ineens een ander geluid? Loopt er iemand achter me? Voor me komen twee gedaantes mijn richting uit gewandeld. Ik houd mijn hoofd naar beneden als ik hen kruis en maak geen oogcontact. Vervolgens kom ik in een stuk plantsoen terecht waar geen enkel licht doordringt. Even zie ik geen hand voor ogen meer. Wat als hier iemand staat? Ik heb zonet drie afscheidskussen aan een jongen gegeven. Misschien heeft iemand het gezien en zitten er nu gay-bashers achter mij aan om me tot pulp te slaan...

Ik bereik mijn auto en aanmaal ingestapt, verschijnt er een glimlach op mijn gezicht terwijl ik me bedenk hoe ik mijn moeder's talent voor het verzinnen van rampscenario's overgeƫrfd schijn te hebben.